Boeddhisme:
Het
boeddhisme begon met de leer van Siddharta Gautama, die zo'n 2500
jaar geleden in India woonde. Gautama was de zoon van een edelman
en groeide op in een schitterend paleis
Bij zijn geboorte voorspelde een wijs man dat Gautama een groot
heerser zou worden. Ondanks het luxe leven van Gautama voelde
hij zich gevangen en ongelukkig.
Op een dag maakte hij een ritje buiten de paleismuren. Eerst zag
hij een oude man, daarna een zieke man en toen het lichaam van
een dode man. Gautama was erg geschrokken van dit lijden. Hij
vroeg de bestuurder van het rijtuig wat dit betekende, de man
antwoordde hierop dat ouderdom, ziekte en dood iedereen zou treffen.
Gautama leefde 5 jaar lang bij 5 heilige leraren in een bos. De
antwoorden die hij zocht vond hij daar niet en besloot naar de
stad Bodh Gaya te gaan. Daar ging hij mediteren en besefte dat
de mens lijdt omdat hij nooit tevreden is met wat hij heeft.
Vanaf die tijd werd Gautama, Boeddha, genoemd, de 'verlichting'.
Hierna reisde hij India door met zijn volgelingen.
Boeddhisten geloven dat ieder mens
zelf beslist of hij verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn daden
en of hij bewust wil worden van de waarheid. Als mensen goed en
wijs handelen, dan worden ze gelukkig en tevreden, daarvoor hoef
je niet bijzonder te zijn. Iedereen kan zijn gedrag verbeteren.
Boeddhisten geloven dat je ziel opnieuw wordt geboren in een ander
lichaam van een mens of een dier nadat je overleden bent. Dus
dat je, elke keer als je dood gaat, weer wordt herboren, of anders
gezegd: wedergeboren. Dit is een cirkel, waar je moeilijk uit
kunt ontsnappen
Boeddhisten streven ernaar om verlost te worden uit deze kringloop.
Als je een goede daad verricht in je leven (karma), kom je dichterbij
de verlossing. Uiteindelijk hoef je niet meer opnieuw geboren
te worden
Deze kringloop noemen we de Samsara. De ontsnapping noemen ze
nirvana.
Het is voor de Boeddhisten heel belangrijk dat je andere mensen
helpt, ook is het belangrijk om goed voor de aarde te zorgen en
vervuiling van het milieu tegen te gaan.
Boeddhisten proberen te leven volgens
de leer van Boeddha. Hij heeft steeds gezegd: "Doe geen kwaad,
zet je in voor het goede en reinig je geest."
De boeddhisten proberen dit zo goed mogelijk na te leven. Hier
horen vijf beloften / voorschriften bij die ook nageleefd moeten
worden, want alleen beloven is niet genoeg.
1. Je mag geen enkel levend wezen kwetsen of
doden. Daarom zijn sommige boeddhisten vegetarisch.
2. Je mag niet stelen of iets wat niet aan jou wordt gegeven nemen.
3. Beheers je seksuele verlangens.
4. Je mag niet liegen.
5. Gebruik geen alcohol of drugs.
Boeddhisten bidden vaak in hun eentje of met
andere boeddhisten in een groep. Dat kunnen ze thuis doen maar
ook in de tempel, boeddhistische kloosters. Sommige boeddhisten
verlaten hun thuis om hun leven te wijden aan het Boeddhisme.
Ze bestuderen en vertellen andere mensen over de leer van Boeddha.
Deze monniken en nonnen leven een sober leven. Ze leren heilige
teksten, leren zingen, mediteren en helpen mee met de dagelijkse
werkzaamheden in het klooster. De monniken en nonnen moeten zich
houden aan tien regels. De hierboven genoemde voorschriften en
nog extra vijf regels helpen boeddhisten in hun verdere leven:
6. niet eten na twaalf uur 's middags
7. niet zingen of dansen op een vrolijke manier
8. geen parfum gebruiken of sieraden dragen
9. niet op een zacht bed slapen
10. geen geld aannemen